Het zal je verbazen dat niet de Fransen maar de Engelsen de Champagne in de 17e eeuw hebben mousserende wijn uitgevonden. Met uitvinden bedoel ik dan dat men bewust (en reproduceerbaar) sprankelende wijn maakte. De eerste Franse documenten die naar Champagne verwijzen dateren uit 1718.
In deze documenten wordt gemeld dat de oorsprong 20 jaar eerder (dus ergens rond 1698) ligt. In Engeland wordt echter in 1676 al door Sir George Etherege over de sprankelende wijn geschreven. Nu weten we dat de een Champagne-achtige sprankelend word door de tweede gisting. De truc zit in de toevoeging van suiker om de tweede gisting te bewerkstelligen. In 1662 wordt door Christopher Merret in een artikel: "Some observations concerning the ordering of wines" van de Royal Society al melding gemaakt van het bewust suiker toevoegen om de wijnen sprankelend te maken.
De officiële Franse versie van de historie is dat Dom Pérignon, een vrolijke Franse monnik uit Hautvillers (1638-1715), de Champagne heeft uitgevonden. De goede borst is echter pas in 1668 in Hautvillers gaan stunten met flessen bubblies. Alhoewel Dom Pérignon een hele tijd met wijn heeft zitten rommelen wordt door sommigen aangenomen dat hij eigenlijk niet echt begreep waarom het spul nou sprankelend werd. Reproduceerbaar waren de resultaten van zijn experimenten in het begin dan ook niet echt.
Weer een andere Franse versie (de historie is kennelijk afhankelijk van waar je woont) is dat de monniken van het Zuidfranse St. Hilaire al in 1531 de eerste sprankelende wijn maakten. Het spul werd gemaakt met de rural methode ("excusez mon french"). De tweede gisting vindt bij deze methode plaats op vat. Eigenlijk is het geen tweede gisting maar meer een voortzetting van de eerste gisting. Het spul dat op deze wijze nog steeds wordt gemaakt heet Blanquette de Limoux.
Net als nu waren er in 1600 in Frankrijk allerlei regeltjes opgesteld die het leven een stuk onaangenamer maakten. Een ervan was het verbod op het transport van flessen wijn. Dit was wel een uiterst lastige maatregel omdat je Champagne niet in een vat kan transporteren. In 1728 (38 jaar na het ontstaan van de Champagne) heeft men dit idiote regeltje om zeep geholpen en dan schieten de eerste Champagnehuizen dan ook als paddestoelen uit de grond.
Ruinart was het eerste Champagnehuis as-we-know-it (1729) opgevolgd door Chanoine (1730), Taittinger (1734), Moët (1743), Abelé (1757), Clicquot (1772) en Heidsieck (1785). Het huis Gosset claimt dat het de oudste is omdat het al sinds 1584 bestaat. Dit klopt helemaal maar het leverde tot in ver in de 18e eeuw allen maar still-wine.
Bron: www.champagneinfo.nl
