Pasta is oorspronkelijk zuid-Italiaans, met name afkomstig uit Sicilie. De eerste pasta-industrie zag in Napels het licht maar het was Mussolini die de verbouw van tarwe en productie van pasta over Italie verspreidde waarna wegtrekkende Italianen ze wereldberoemd maakten.
In Nederland werd de aanduiding 'pasta' echter niet eerder dan in de tachtiger jaren gemeengoed, nadat de vele soorten hier voet aan de grond kregen.
De populaire macaroni (de naam is een verbastering van de Italiaanse term maccheroni) is overigens in Italië een vrijwel onbekende pastavariant. Al veel langer is de naam noedels bekend, waar de Italiaanse pastas toe behoren maar waarmee men tegenwoordig verwante producten aanduidt die niet van Italiaanse oorsprong zijn. Zo worden noedels gegeten in de hele Noord- en Oost-Europese keuken, maar zij zijn ook in het Midden-Oosten bekend en natuurlijk in Oost- en Zuidoost-Azië. Het kan hierbij ook gaan om een gevulde variantiets die lijkt op ravioli. In 2005 werden in de Chinese provincie Qinghai 4000 jaar oude noedels gevonden. Deze, waarschijnlijk uit gierst gemaakte noedels, zijn nu de oudst bekende noedels ter wereld.
Pasta is een deegproduct, gemaakt uit harde granen, voornamelijk harde tarwe, die op allerlei manieren in allerlei vormen versneden kan worden. Het deeg kan eerst tot dunne plakken gerold worden en dan in stroken gesneden. Dit leidt tot de langwerpige spaghetti. Het kan ook geëxtrudeerd worden (macaroni, fusilli en spiruli). Ook kunnen de plakjes tot vierkantjes gesneden worden en dan met een vulling erin met de hand tot tortellini (taartjes) gerold worden.
Al dente
Bij pastagerechten duidt men dit vaak aan met de Italiaanse term al dente. Als pasta's te lang gekookt hebben, laten ze meel los en worden daardoor plakkerig, wat met name het eten lastig maakt. Testen of spaghetti gaar is door een sliert ergens tegen aan te gooien en te kijken of deze blijft plakken, voldoet dan ook niet. Beter is tijdens het koken af en toe in een sliert te bijten, er de tanden in te zetten. Zodra de kern niet meer ongekookt aanvoelt is de pasta klaar. Dente is het Italiaanse woord voor tand, vandaar de term. Het is vooral belangrijk de pasta altijd te koken in een grote pan met veel water. Als de pasta dan in het kokende water wordt gedaan, koelt het water bijna niet af en is meteen weer aan de kook. Dat maakt het gemakkelijker de correcte kooktijd vast te stellen.
Water
Deegwaren bestaan in grote mate uit water. De samenstelling van dat water is bijgevolg van belang. De TVS of totaal vaste stof die dat water bevat is van invloed op de oplossingsvermogen van het water om tot hetzelfde resultaat te komen. Het soort drinkwater zal dus in hoge mate de smaak en het uitzicht en dus de waardering bepalen. Dezelfde pasta van hard leidingwater ofwel van bronwater met eventueel gunstiger TVS en pH zal een ander uitzicht hebben en anders smaken. Water met een lage TVS en gunstige pH zal pasta ook gelijkmatiger gaar maken ( ook binnenin ) en niet, zoals bij water met hoge TVS of hard water, aan de buitenkant week en sponzig en binnenin hard en taai. Het oplossingsvermogen en de zuurtegraad van water heeft dus invloed.
Vers vs Gedroogd
Er bestaan twee hoofdsoorten Italiaanse pasta, pasta secca of pastasciutta (gedroogde pasta), en pasta fresca (verse pasta). Italianen eten pasta niet altijd versgemaakt. In het zuiden van Italië eet men vooral gedroogde pasta die van harde granen is gemaakt, de verse eierpasta komt uit noordelijker streken, en wordt vaak van gewone bloem gemaakt, hoewel je ook prima verse pasta van bloem van harde tarwe kunt maken. Er zijn vele kwaliteiten bloem en wil je zelf verse pasta maken, ga dan pas na een paar keer proberen op zoek naar de allerfijnste Italiaanse bloem die je maar kunt krijgen, het liefst in dat éne, heel speciale zaakje. De beginner probeert het best eerst eens met gewone bloem.
Soorten pasta
Hieronder treft u een beknopt overzicht van de meest populaire pasta-soorten. Een volledig overzicht met afbeeldingen vindt u op foodinfo.net
- Cannelloni (grote ronde pijpen die gevuld worden)
- Farfalle (vlinder- of strikvormige pasta)
- Gnocchi (behalve van tarwebloem veelal gemaakt van aardappelen)
- Lasagne (platte rechthoekige pastavellen)
- Macaroni (holle boogjes in diverse maten)
- Penne (holle rechte buisjes)
- Conchiglie (schelpjes, zowel heel groot als klein te verkrijgen)
- Fusilli (gedraaide, spiraalvormige pasta)
- Spaghetti (ronde lange vorm)
- Tagliatelle (platte lange vorm)
- Linguine (is een smallere variant van tagliatelle)
- Papardelle (bredere variant van tagliatelle)
- Tortellini (opgerold stuk deeg met vulling en daarna dichtgevouwen)
- Ravioli (twee deeglapjes op elkaar met vulling ertussen)
- Orecchiette, Italiaans voor 'oortjes', een pasta uit Puglia
